Daar waar de walnoot ligt te rusten
2022Het is geen kwestie van keuze, maar een noodzaak die ik het best kan omschrijven als het verlangen van een draad in het patroon van een Perzisch tapijt naar de handen die hem zo vaak hebben aangeraakt en gestreeld, totdat het tapijt geweven was.
‘Mijn stembanden weigeren te spreken. En schrijven kan ik ook niet,’ zegt de onzichtbare stem.
Een tak valt van de boom en gaat weer verder.
‘Je bent echt een verhalenverteller, een rasechte, zou ik zeggen. Maar nu moet je me toch goed uitleggen wat je daarmee bedoelt,’ zegt Chawapa.
‘Ik heb nooit gesproken.’
Chawapa kijkt voor zich uit. Een tak valt van de boom en komt op zijn hoofd terecht. Chawapa pakt het takje op.
‘Ik kan je niet volgen. Nee, ik kan jou niet volgen.’
‘Goed, laten we zeggen dat het een oefening is, een oefening voor de geest. Een opwarmsessie, als je wilt.’
Chawapa gooit het takje zo ver mogelijk over het kanaal. Het takje vliegt door de lucht en verdwijnt.
‘En nu?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Laat ik het zo zeggen: misschien gaan we wel vliegen, misschien gaan we springen, misschien gaan we rennen… en misschien, als we geluk hebben, kunnen we vallen.’
Chawapa zoekt in zijn jaszak en haalt er een walnoot uit. Er zit een kleine opening in de dop. Chawapa probeert hem open te trekken. Hij zet veel kracht, maar het lukt niet. Hij probeert verschillende houdingen om telkens op een andere manier kracht uit te oefenen op de opening van de notendop.
Hij staat op en slaat zo hard als hij kan met de walnoot tegen de boom achter hem, waardoor de walnoot uit zijn hand valt. Tegelijkertijd laten bijna alle bladeren van de boom zich vallen.
Chawapa begint zijn zoektocht naar de walnoot onder de gele bladeren.
‘De reden dat je me niet kunt volgen, heeft niet met mij te maken. Ik denk ook niet met jou. Het is omdat jij een punt bent op een andere lijn, in een andere tekening dan ik.’
Chawapa legt de gele bladeren zorgvuldig op elkaar. Als hij ze precies op dezelfde manier op elkaar stapelt, valt de stapel steeds om. Hij probeert elk blaadje net iets te verschuiven ten opzichte van het vorige. Hij doet dit heel precies. De stapel gele bladeren wordt steeds hoger.
Ineens ziet hij de walnoot liggen.
Hij kijkt ernaar. Hij kijkt om zich heen en kijkt weer naar de walnoot, die daar op de grond heerlijk ligt te rusten. De walnoot lijkt niet van plan zich te verplaatsen.
Hij pakt de walnoot op, stopt hem in zijn jaszak en gaat verder met het opstapelen van de bladeren.
Chawapa fluistert, woord voor woord:
‘Ik denk dat het gaat om het formuleren van de vraag, of misschien, beter gezegd, om het verlangen ernaar.’