Verborgen in het geruis
2021Met mijn hand strijk ik over het oppervlak. Ik sluit mijn ogen om de zachte textuur zo intens mogelijk te voelen. Het lijkt alsof het bloed in mijn aderen warmer wordt. Mijn vingers tintelen.
Ik hoor de regendruppels tegen het raam van mijn kamer tikken. Langzaam open ik mijn ogen. Donkere, zwaarbeladen wolken stellen zich aan mij voor.
Ik realiseer me dat Jonas ieder moment thuis kan komen. Met dit weer kan hij niet langer met zijn vrienden op het pleintje blijven hangen.
Ik begraaf mijn neus tussen de onbeschreven bladzijden van mijn nieuwe schrift en adem zo diep mogelijk in. Het ruikt naar houtzaagsel. Ik adem opnieuw in.
De voordeur gaat open.
Jonas en iemand anders komen binnen.
Ik neem een bladzijde tussen mijn duim en wijsvinger, daarna tussen beide handen. Ik wil de sensatie in mijn handen opslaan. Bewaren.
De voetstappen van Jonas komen dichterbij. Ik weet niet waarom, maar ineens voel ik dat ik mijn schrift moet verstoppen.
Jonas verschijnt in de deuropening. Ze moeten huiswerk maken en ik mag hen niet storen. Voordat hij de deur achter zich sluit, zie ik zijn vriend. Kort, donker haar. Lang. Hij kijkt nerveus naar beneden, alsof hij iets verbergt.
Jonas is onrustiger dan anders.
Ik weet dat ze geen huiswerk gaan maken.
Ik sluip door de gang. Er hangt een onbekende geur. Het liefst zou ik die niet inademen.
Het raam van Jonas' kamer schuift open. Door het sleutelgat zie ik hoe zijn vriend met zijn lange benen door het raam klimt. Voorzichtig duw ik de deur open.
Ze zitten op het schuine dak. Vanaf de tiende verdieping kijken ze naar de donkere wolken die zich aan de hemel tentoonstellen. Het geluid van de regen op de dakpannen overheerst.
Ik wil terug naar mijn kamer lopen wanneer ik Jonas hoor praten.
'Laat maar horen.'
Ik hoor hoe een cassette in zijn speler wordt geschoven.
'Ik hoor niets,' zegt Jonas.
'Wacht.'
De tape begint te draaien. Snel. Dan stopt hij abrupt. Een klik. De playknop.
'Ik hoor helemaal niets. Staat er wel iets op?'
'Misschien op kant B.'
Jonas draait de cassette om. Ongeduldig spoelt hij vooruit, achteruit, weer vooruit.
'Het is de verkeerde!'
'Luister goed, man!'
Even is het stil.
'Ik hoor wel iets,' zegt zijn vriend. 'Maar niet goed.'
'Daar hebben we niets aan.' Een korte stilte. 'Wacht effe... mijn zusje.'
Ik schrik.
Ik wil terug naar mijn kamer, maar ben te nieuwsgierig naar wat Jonas over mij gaat vertellen.
'Wat bedoel je?'
'Had ik je toch verteld? Mijn zusje heeft een vleermuizengehoor. Het is eigenlijk een soort afwijking in haar hersenen.'
'Is ze ziek?'
'Ik leg het wel een keer uit.'
Precies op dat moment gaat de deur open.
'Je denkt toch niet dat ik niet wist dat je al die tijd achter de deur stond te luisteren?'
Ik bloos.
'Kom. Je moet ons helpen. Luister hier eens naar.'
Langzaam loop ik zijn kamer binnen. Ik voel me niet op mijn gemak.
Zijn vriend zit midden in de kamer, met de cassettespeler voor zich. Hij drukt op play.
'Ssst. Niet bewegen, Jonas. Ik hoor je kleren nog steeds. Zo gaat het niet lukken. Je moet weg.'
Met tegenzin loopt Jonas de kamer uit. Door een kier in de deur blijft hij naar binnen kijken.
'Ik hoor je hart. En je adem.'
Zijn vriend staat onmiddellijk op en loopt zonder iets te zeggen de kamer uit.
Ik wil mijn ogen sluiten, maar zie de twee hoofden die vanuit de deuropening vol verwachting naar me kijken. Het is een komisch gezicht.
Ik draai me om.
Sluit mijn ogen.
En luister.
Geruis.
Wind. Bladeren. Water.
Misschien ergens bij een bos.
Dan plotseling het breken van glas op een harde vloer. Het vallen van een lichaam.
Een vrouwenstem.
Ze klinkt overstuur. Of bang.
Ze probeert iets duidelijk te maken.
Het geruis wordt sterker. Haar stem raakt erin verstrikt, wordt steeds minder verstaanbaar, totdat ze volledig in het geruis verdwijnt.
'En?' vraagt Jonas.
Ik open mijn ogen.
'Wat is dit?'
'Wat heb je gehoord?'
'Een lichaam. Glas dat breekt. En een vrouwenstem.'
'Wat zei ze?'
'Ze was bang. Of overstuur.'
'Hoezo bang of overstuur? Dat klopt niet.'
'Het klonk allemaal best creepy.'
'Aan jou heb ik ook niets.'
'Volgende keer moet je mij niet vragen om je te helpen. Bekijk het maar!'
'Niemand iets hierover vertellen, hè!'
'Alleen aan papa en mama,' zeg ik lachend.
'Serieus!'
Terug in mijn kamer kijk ik naar de regen.
De druppels naast elkaar op het raam lijken samen een soort code te vormen.
Ik leg mijn hand op een van de lege bladzijden van mijn schrift. Mijn ogen blijven op de code gericht.
Het enige waaraan ik kan denken, is het moment waarop de vrouwenstem in het geruis verdween.